SDG 12: DUURZAME PRODUCTIE EN CONSUMPTIE

  • in Nieuws
  • Reacties staat uit voor SDG 12: DUURZAME PRODUCTIE EN CONSUMPTIE

De wereld heeft de laatste decennia grote veranderingen ondergaan. Daarbij zijn miljoenen mensen uit de armoede verheven en hebben een aantal landen middelbare inkomensstatus verkregen. Deze ontwikkelingen zijn evenwel voor een groot deel tot stand gekomen ten koste van het milieu. De toenemende vraag naar energie, voedsel, water en andere natuurlijke hulpbronnen heeft geleid tot uitputting van grondstoffen, milieuvervuiling, degradatie van de natuur en klimaatverandering.

Door het consumeren van steeds meer hulpbronnen zijn bestaande ontwikkelingspatronen niet langer houdbaar. De wereldbevolking zou tegen 2050 9,6 miljard mensen tellen: als we de huidige levenswijze van de ontwikkelde landen behouden, zullen we grondstoffen voor drie planeten nodig hebben.

 

Een van de kernelementen voor het bereiken van duurzame ontwikkeling is de overgang naar duurzame productie en consumptie. De noodzaak daarvan werd voor het eerst gesignaleerd in de Rio Aardtop van 1992 en bevestigd in de Rio + 20 wereldtop met de aanname van het tienjarige Sustainable Consumption and Production (SCP) Programmakader.

Een van de duurzame ontwikkelingsdoelen die in 2015 door de Algemene Vergadering van de VN zijn aangenomen is duurzame consumptie en productie, SDG (Sustainable Development Goal), nummer 12. Dit doel is gebaseerd op de intentie de volgende problemen op te lossen:

 Voedsel

  • Geschat wordt dat ieder jaar een derde van alle geproduceerde voedsel, het equivalent van 1.3 miljard ton ter waarde van rond de duizend miljard dollar, eindigt in de afvalbakken van consumenten en winkels of verloren gaat door inefficiënt oogsten en transporteren. Twee miljard mensen hebben overgewicht of zwaar overgewicht, terwijl jaarlijks een miljard mensen ondervoed is en een ander miljard niet voldoende te eten heeft. Zo’n 200 miljoen mensen zouden gevoed kunnen worden met verspild voedsel uit Europa;

 

  • Land degradatie, afnemende vruchtbaarheid van de grond, onhoudbaar watergebruik, overbevissing en afkalving van het mariene milieu verminderen de capaciteit van de aarde om voldoende voedsel te leveren;
  • De voedselsector is verantwoordelijk voor rond de 30% van de totale energieconsumptie en is verantwoordelijk voor ongeveer 22% van de uitstoot van broeikasgassen;
  • De wereld vertoont ongelijke patronen van de kwaliteit van leven en consumptie. Ongeacht welke indicator men gebruikt, ze wijzen allemaal hogere waarden aan voor mensen in ontwikkelde landen in vergelijking met die in opkomende landen.

            Water

  • Minder dan 3% van de werelds water is drinkbaar, waarvan  2.5 % in bevroren ijsmassa’s in de Noord- en de Zuidpool en in gletsjers, zodat de mensheid het moet doen met 0.5% voor al zijn zoetwater behoeften. En de mens vervuilt het water sneller dan de natuur het kan recyclen in rivieren en meren. Een andere sprekende vergelijking: ieder jaar verbruiken we 250 km³ water om levensmiddelen te produceren die verloren gaan of verspild worden. Dit komt overeen met een volume water dat driemaal groter is dan die van het meer van Genève;

 

 

  • Meer dan een miljard mensen hebben geen toegang tot drinkwater. Water is een vrij product, maar de infrastructuur om de mensen ervan te voorzien is kostbaar.

.              Energie

  • Ondanks efficiency verbeteringen, zal het gebruik van energie in OECD-landen met 35 % toenemen tot 2020. Commercieel en residentieel gebruik is de tweede snelst groeiende sector na transport in wereldenergiegebruik;
  • In 2002 waren er 550 miljoen voertuigen in de OECD (75% persoonsvoertuigen); de toename ervan tot 2020 wordt geschat op 32%. Tegelijkertijd wordt het aantal gereden kilometers geschat toe te nemen met 40%; vliegtransport wordt verwacht in die periode te verdrievoudigen;

 

  • Huishoudens consumeren 29% van de energie en zijn verantwoordelijk voor 21% van de CO2-uitstoot;
  • Een vijfde van de wereld energieconsumptie in 2013 was van duurzame oorsprong;
  • Jaarlijks zou 120 miljard dollar bespaard worden als de hele wereld energie-efficiënte lampen zou gebruiken.

Naast het uitvoeren van het 10-jarig Programmakader inzake Duurzame Consumptie- en Productiepatronen, zijn andere subdoelen van SDG 12:

  • Tegen 2030 het duurzame beheer en het efficiënte gebruik van natuurlijke hulpbronnen realiseren;
  • Tegen 2030 de voedselverspilling in winkels en bij consumenten per capita halveren en voedselverlies reduceren in de productie- en bevoorradingsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst;
  • Milieuvriendelijke management van chemische afval in de hele voedselproductieketen;
  • Tegen 2030 de afvalproductie aanzienlijk beperken via preventie, vermindering, recyclage en hergebruik;
  • Bedrijven aanmoedigen, in het bijzonder grote en transnationale bedrijven, om duurzame praktijken aan te nemen en duurzaamheidsintegratie te integreren in hun rapporteringscyclus;
  • Duurzame praktijken bij overheidsopdrachten bevorderen in overeenstemming met nationale beleidslijnen en prioriteiten;
  • Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur;
  • Rationalisatie van inefficiënte subsidies op fossiele brandstoffen en van belastingheffing daarop;
  • Methodes voor het ontwikkelen en meten van een meer duurzaam toerisme, met schepping van werkgelegenheid en gebruik van lokale producten en cultuur.

 

De complete uitvoering van SDG 12 vereist de identificatie van de belangrijkste veroorzakers van overconsumptie, evenals van ongelijke consumptiepatronen. Een essentieel onderdeel van dit ontwikkelingsdoel is om de ongelijkheid te verminderen die met het gebruik van natuurlijke hulpbronnen samenhangt. Anders dan bij de Millenniumdoelen 2000 – 2015, zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen 2016 – 2030 ook van toepassing op ontwikkelde landen. Dat heeft dus extra gewicht bij SDG 12. Ontwikkelde landen wordt gevraagd om het voorbeeld te geven bij het adopteren van duurzame consumptie- en productiemethoden. In feite is het mogelijk om de levensstandaard in ontwikkelingslanden te verbeteren en tegelijkertijd de vraag naar hulpmiddelen door de welgestelden te verminderen. Bijvoorbeeld de afname van voedselverspilling kan de prijs van voedsel verlagen, wat dan de armen ten goede komt. Van ontwikkelde landen wordt ook verwacht dat zij ontwikkelingslanden ondersteunen in het versterken van hun technologische en wetenschappelijke capaciteiten teneinde een begin te maken met duurzame productie en consumptie.

De Nederlandse regering en andere nationale instanties hebben volop deelgenomen aan de besprekingen die hebben geleid tot de aanname van de duurzame ontwikkelingsdoelen. De verplichtingen die hierbij op de ontwikkelde landen rusten, worden ook door Nederland gehonoreerd. Diverse instanties houden zich hier mee bezig. De inventarisatie van de nationale implementatie geeft details over hoe bovenstaande subdoelen bij ons worden aangepakt.

Persoonlijke inzet

SDG12

Er zijn twee belangrijke manieren om dat te doen. De eerste is om de afval die je maakt zo beperkt mogelijk te houden en die op een milieuvriendelijk wijze op te ruimen. Afval beperken kan op velerlei manieren, zoals het niet onnodig kopen en weggooien van voedsel en andere spullen. Een ander voorbeeld is zuinig omgaan met het gebruik van plastic en fietsen in plaats van autorijden.

 

De tweede manier is om na te denken bij wat je koopt en daarbij, indien mogelijk, een duurzame optie kiest, zoals de aanschaf van gecertificeerde kleren, meubilair, enzovoorts. Je kunt ook deelnemen aan campagnes om druk op niet-duurzame bedrijven uit te oefenen. Voor meer ideeën kun je http://www.un.org/sustainabledevelopment/ takeaction bezoeken!