Vorige activiteiten: een impressie
Cradle to Cradle

Cradle to Cradle is een nieuwe kijk op duurzaam ontwerpen, die naar voren is gebracht in het boek Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things (2002) van William McDonough en Michael Braungart. Duurzame ontwikkeling is in 1987 door de commissie-Brundtland (in het Brundtland-rapport) gedefinieerd als de ontwikkeling waarbij de huidige generatie in haar noden voorziet, zonder de mogelijkheden daartoe voor de volgende generatie te beperken. Het streven van de cradle to cradle (C2C) visie gaat verder; het voorzien in onze eigen noden en de toekomstige generaties van meer mogelijkheden voorzien. Probeer in plaats van minder slecht, goed te zijn.

De huidige methoden voor duurzame productontwikkeling, zoals o.a. een levenscyclusanalyse (LCA), richten zich op het beperken van de schadelijkheid van het product. Het product wordt hier gezien als de keten van ontstaan (winning van grondstoffen, productie), gebruik (energieverbruik en verbruik van hulpstoffen zoals waspoeder en benzine) en afdanking (hergebruik en stort). Het "minder slecht maken" van het product bestaat uit het kiezen van schonere grondstoffen, het zuiniger maken van het product in gebruik, en het optimaliseren voor recycling. Dit kan, ondanks wat de term recycling doet vermoeden, gezien worden als ontwerpen van wieg tot graf. De centrale gedachte van de cradle to cradle (wieg tot wieg) filosofie, is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Het eerste verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is, en geen restproducten die alsnog gestort worden. Deze kringloop wordt bedoeld met het motto: waste equals food.

Tijdens deze avond kwamen verscheidene initatieven op het gebied van Cradle to Cradle aan bod. Het afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel, People 4 Earh en het Global Compact initative van de VN werden breed uitgelicht. 


Klimaatvluchtelingen
De YPIC avond bracht een onderbelicht begrip onder de aandacht: de klimaatvluchteling. Er werd door diverse sprekers een toelichting gegeven over het begrip klimaatvluchteling. Dat er een groep mensen is die mede door klimaatveranderingsoorzaken verhuist, en dat die in de toekomst steeds groter wordt, is aannemelijk. En dat de VN er een aparte definitie voor moet maken, voor de klimaatvluchteling of Internal dispersed person liep als een als rode draad door de avond. Want immers - nu benoemen en in financiele zin erkennen van de behoeften van migranten van deze groep is als de kiem leggen van een hulpmogelijkheid die, zo leert de geschiedenis van de VN, ter zijner tijd nuttig zal blijken. Uiteindelijk is het onderscheid tussen het politiek getinte definitie van vluchteling en die van migrant of dispersed person van wezenlijk belang voor de categorie van rechten waar die groep onder valt, en dus op de manier van hulp die internationaal gezien kan worden gemobiliseerd. Een deel van de avond ging dan ook over de definitie, de voorbeelden (cases) van tijdelijke opvang in de regio, en de rechten van door klimaat ontheemde migranten. Deze rode draad tekent de realpolitiek denkende aanwezigen - nu iets starten is straks een politieke realiteit waarmee onderscheid te maken - en dus tot sturing en specifieke hulptoewijzing, rechtenopbouw en erkenning. Zo werkt dat dus bij de VN.

Juist de discussie na afloop leverde wat verhelderende begrippen op die voor mij de avond mooi samenvatten. Deze begrippen zijn die de ramp-ontvluchter en die de sluipende verandering van een maatschappij. Die laatste komt voort uit het inzicht dat klimaat en economie, schaarste en toegang tot basisbehoeftevervullers aan elkaar verbonden zijn. Het is op lange termijn, en bij geleidelijke ontwikkelingen een kwestie van aanpassen: een ontwikkelingsvraagstuk dus. Leidt economische ontwikkeling tijdig tot een aanpassing aan de behoeftes van een maatschappij en daarmee aanpassing aan de veranderende klimatologische omstandigheden? Is een verdrogend op landbouw gericht land niet tijdig in staat door focus op opleiding en nog eens opleiding in staat om een ommezwaai naar een maak- of zelfs diensteneconomie te maken, die minder afhankelijk is van de verdroging van landbouwgrond? Denk vietnam, denk taiwan. En is daarnaast het niet zo dat een ontheemde alleen media aandacht krijgt bij een onmiddelijke ingrijpende verandering, een Ramp? En maakt dat niet dat de ramp-ontheemde een betere term is, omdat niet de geleidelijke verslechtering van zeespiegel de reden tot verhuizen is, maar die van het moment: dat de grote storm die het huis wegspoelt, iets wat bij een lagere zeespiegel net niet zou gebeuren? Men is pas ontheemde door een ramp, en dat gegeven maakt differentie van types vluchteling mogelijk en dus verdelen van rechten . Geen verblijf of vestiging is mogelijk, wel een tijdelijk verblijf is toegestaan. Deze 2 termen, de ramp-ontheemde en hetontwikkelingsvraagstuk typeren dus de discussie. Voor de langdurige klimaatverandering als deelprobleem van economische problemen, en dus ontwikkeling als oplossingsrichting voor overkomen of adaptie aan een veranderend klimaat is geen UNDP nodig maar meer een economische ontwikkelaar. En voor noodhulp aan rampslachtoffers past aandacht voor diegenen die niet in hun oude beroep kunnen terugkeren als gevolg van de ramp. Een apart label helpt extra fondsen te mobiliseren om beide mogelijk te maken.

The Bottom of the Pyramid workshop

Winst maken én armoede bestrijden met lichtgevende voetbal
The world's most exciting, fastest-growing new market is where you least expect it: at the bottom of the pyramid. Op 1 december brainstormden Young Professionals over mogelijke producten voor die nieuwe markt. In de grote openbare bibliotheek van Amsterdam staan in een kleine, ronde ruimte rode fauteuils opgesteld voor zo’n twintig Young Professionals. “Geniet nog maar even van die comfortabele stoel, want daar moet je zo snel mogelijk uit om aan de slag te gaan met de Bottom of the Pyramid”, kondigt Frank van der Tang van ENVIU aan. De ‘BoP workshop’ die in de avond van 1 december plaatsvindt, is georganiseerd door ENVIU, YPIC en Business in Development (NCDO).

Miljardenmarkt
De workshop begint met een toelichting op de Bottom of the Pyramid: de bodem van de (economische) piramide bestaat uit de vier miljard mensen die van minder dan twee dollar per dag leven. Kijk niet naar deze groep als slachtoffers, maar als een enorme hoeveelheid potentiële consumenten en producenten, stelt C.K. Prahalad. “Die ‘bodem van de piramide’ bedien je niet met een auto”, licht Frank toe, “maar wel met een goedkope, energiezuinige lamp waarbij ´s avonds gewerkt en gestudeerd kan worden. Als je zo´n product een paar miljoen keer verkoopt, verdien je een hoop geld.” Winstgevend ondernemen en armoedebestrijding gaan daarbij hand in hand. Een simpel plan, dat echter iets minder simpel uitvoerbaar is. Want je begeeft je niet op de gemakkelijkste markt. De doelgroep bestaat uit mensen met een lage koopkracht, die moeilijk bereikbaar zijn en een kennisachterstand hebben. “Het slagen op deze markt vraagt om een slim product en een creatieve aanpak van bewustmaking, koopkrachtontwikkeling en distributie. En daar gaan we vanavond aan werken”, vertelt Frank. “De opdracht is: bedenk een product of dienst voor de Bottom of the Pyramid en maak dat tot een succes!”

Elevator Pitch
In groepjes wordt uiteen gegaan. Mensen met verschillende achtergronden gaan samen zitten met een moderator, post it’s en een groot vel wit papier. In een van de groepjes barst de energie direct los: “Welke organisaties gaan we aan elkaar koppelen”, “Wat voor product of dienst kunnen die organisaties ontwikkelen” en “Hoe brengen we dit product aan de man?”. In een ander groepje gaat het brainstormproces wat langzamer en worden eerst individuele ideeën geopperd. Maar dan is ook daar een plan waar iedereen enthousiast over is en geestdriftig op voortborduurt. Na een uur is het tijd voor de presentatie van de ideeën. Elke groep krijgt precies één minuut om, ‘in de lift’, hun idee voor te leggen aan een zelf gekozen CEO. De driekoppige jury beoordeelt de voorstellen en geeft punten. De eerste groep staat in de lift met de directeur van Unilever. Zij willen een gebitsreinigingsproduct ontwikkelen: Shini´me. De nadruk ligt op een sterke marketingcampagne waarin lokale soapies uitdragen dat een mooi gebit cool is. Het product is een combinatie van tandpasta en een natuurproduct dat traditioneel wordt gebruikt om tanden schoon te houden. Dan klinkt de bel en gaat de liftdeur open. De ‘directeur’ gaat er vandoor. De tweede groep vindt dat “iedereen zou moeten voetballen.” De groep heeft een bal ontwikkeld die energie opwekt. Aan het eind van een middagje voetballen wordt de bal ingeplugd en zie daar: er is licht. Bij iedere in het westen verkochte bal, wordt er een bal gedoneerd in een ontwikkelingsland.

Creatieve gedachten
Groep drie klampt de directeur van ABN Amro aan met het idee voor een ‘one dollar i Phone’. De telefoon maakt internetbankieren mogelijk en laat mensen virtuele betalingen doen. Er komt straks geen echt geld meer aan te pas op de markten in Afrika! Omdat niet iedereen direct over een eigen i Phone kan beschikken, worden er i Women aangesteld per community, die de telefoon ter beschikking stellen aan iedereen die een transactie wil doen. Vervolgens kunnen de functionaliteiten van de i Phone worden uitgebreid: weerberichten en marktprijzen opvragen, … De laatste groep heeft een plan bedacht voor DSM. In samenwerking met Caterpillar moet DSM een goedkope tractor ontwikkelen. De ‘one size fits all’ tractor kan worden gehuurd, bewerkt meer landbouwgrond en leidt daardoor tot een grotere vraag naar zaden en kunstmest. Die DSM dan weer kan leveren. Na juryberaad is er een winnaar bekend: de lichtgevende voetbal! In de bar wordt nagepraat over de ideeën. Het is misschien niet allemaal even haalbaar en reëel, maar het zet je wel weer op creatieve gedachten over het onderwerp, is de conclusie. En om die inspiratie was het precies te doen. Morgen allemaal aan de slag binnen je eigen bedrijf met concrete en haalbare ideeën voor de BoP!

Suzanne Heuts


YPIC over Global Compact


Op 21 mei vond in Studio 80 de tweede YPIC bijeenkomst plaats. Het thema van deze bijeenkomst was Global Compact in de Praktijk. André van Heemstra, voorzitter Global Compact Nederland vertelde over de mogelijkheden van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in minder ontwikkelde landen. Hij sprak over zijn ervaringen bij Unilever in dit kader –het stimuleren van de dialoog over genetisch gemanipuleerd voedsel, handelen in plaats van concurreren met de lokale ondernemers, en het omzetten van ondernemerslust in feitelijke ondernemingen. Hij gaf daarnaast een kijkje in de keuken van Global Compact Nederland, het groeiende aantal ondertekenaars en de manier waarop de aangesloten bedrijven elkaar op de hoogte houden van hun voortgang op het gebied van MVO. Van Heemstra gaf de aanwezige young professionals dit devies mee: Think big, start small, move fast.

Daarna vertelde Caroline Mol (young professional bij Hyvos) in een presentatie van 20 slides, en 20 seconden per slide, over het Hivos klimaatfonds. In dit fonds investeren bedrijven om hun milieubelastende activiteiten te compenseren. Het geld uit dit fonds wordt vervolgens geïnvesteerd in duurzame energieprojecten in ontwikkelingslanden. Ook noemde Caronline MyC4. Een platform waar je als particulier kunt investeren in kleine ondernemers in opkomende markten.

Frodo van Oostveen (young professional bij ABN AMRO) sloot af met net zo’n sterke 20/20 presentatie over de MVO initiatieven van ABN en het project Earth Water waar hij ambassadeur van is. Hij gaf mee: gebruik een grote organisatie om je boodschap te brengen. Na de presentaties werd er door de meer dan 40 aanwezige young professionals nog wat gedronken en konden we terugkijken op een succesvolle bijeenkomst


YPIC kick-off (november 2007)

Gelukkig door Verdiensten, de naam van het prachtige 200 jaar oude pand waar woensdagavond het eerste netwerkevent van het Young Professionals for International Coorporation (YPIC) programma werd gehouden – Het Felix Meritis in Amsterdam – vat op een bepaalde manier de inhoud van de avond erg goed samen.

Ruim veertig jonge professionals uit verschillende sectoren – zowel private sector, overheid, wetenschap als NGO’s waren vertegenwoordigd – hebben met elkaar gesproken over het Global Compact programma van de Verenigde Naties, en bediscussieerd hoe (het samenwerken in dit verband op het gebied van) duurzaamheid in hun eigen organisaties vormgegeven wordt en zou kunnen worden.

Oud- ABN AMRO topman Herman Mulder is de avond begonnen door de YP’s mee te nemen in de inspiratie die de principes van het Global Compact programma geeft aan mensen in organisaties op het gebied van maatschappelijk verantwoord en duurzaam omgaan met bronnen en mensen, en dit vervolgens te vertalen in winstgevende business modellen. Vanuit zijn ruime ervaring als onder andere drijvende kracht achter de inspanningen van zijn bank op het gebied van duurzaamheid, zijn lidmaatschap van het Global Compact (GC) adviescomité wereldwijd en de GC stuurgroep in Nederland heeft hij de aanwezige young professionals op het hart gedrukt dat zij de groep zijn die het verschil kunnen en moeten maken binnen de organisaties. Zowel uit idealisme als strategisch inzicht in de wereld (en markt) van morgen zijn YP’s de aangewezen groep om gezamenlijk een duurzaam beleid in de eigen organisaties concreet te maken. Hoe? Innovatie. En vooral blijven komen met nieuwe ‘wacky ideas’.

Esther Kentin, onderzoekster en docent aan de Universiteit Leiden, voegde vervolgens nog een kritische noot toe aan het verhaal. Hoewel ze blij was met de transparantie waar Global Compact deelname in resulteert mistte ze erg een bindend karakter in het geheel. Het GC is een wel een inspiratiebron, maar geen juridisch document. De door Herman Mulder genoemde grievance procedures hadden haar op dit punt niet overtuigd. De vraag is dus wat betreft dit onderwerp de verhouding moet zijn tussen overheid en het zelfregulerend vermogen van bedrijven. Daarbij gaf ze weer dat duurzaamheid al vele jaren op de agenda staat, maar dat er meerdere kansen zijn gemist om door internationale verdragen hier stappen in te maken.

Na de twee sprekers barstte de discussie los tussen de aanwezige young professionals onderling en met de beide sprekers. Vanuit verschillende sectoren en organisaties werden zowel voorbeelden als success stories genoemd van eigen ervaringen en ontwikkelingen in het duurzaamheidvraagstuk, en werd er kritisch gekeken naar moeilijkheden in praktische uitvoering, het vraagstuk vanuit welke motivatie de inspanningen moeten worden geleverd, en de wenselijkheid van samenwerking op dit gebied in het algemeen.

Deze gesprekken werden voortgezet tijdens de tweede helft van de avond; de netwerk borrel. Iedereen was geïnspireerd, maar nog niet uitgepraat. Genoeg stof om een volgende keer over verder te praten, en vooral om aan de slag te gaan met concrete ideeën en acties.