| Tijdstip: | 20.00 uur |
| Locatie: | Snouck Hurgronjehuis, Leiden |
| Informatie: | Rechtswetenschapper Robert Heinsch (Grotius Centre, Leiden) verzorgde een lezing over “Vrede vs. gerechtigheid: Welke rol kan het Internationale Strafhof (ICC) spelen als de internationale vrede en veiligheid op het spel staan?". |
Het Internationaal Strafhof behandelt momenteel situaties in vier landen. Sommige criticasters verwijten het Strafhof alleen oog te hebben voor situaties in niet-westerse landen: het Strafhof heeft tot dusver immers alleen zaken in Uganda, de Democratische Republiek Congo, Sudan en de Centraal-Afrikaanse Republiek onderzocht. Heinsch wees erop dat dit geen toeval is: de Centraal-Afrikaanse regio is immers al langer het toneel van mensenrechtenschendingen geweest. Het Lords Resistance Army (LRA) uit Uganda, opereert ook in Sudan en Congo. In plaats van fragiele staten zou men in dit geval dus kunnen spreken van een grensoverschrijdend fragiele regio.
Ugandese rebellen
Nadat de Ugandese President Museveni het Strafhof gevraagd had de situatie in zijn land te onderzoeken, kwam het Strafhof met een aanklacht tegen vier belangrijke rebellenleiders. Één, Joseph Kony, is leider van de LRA. Als gevolg van de aanklacht door het Strafhof werd het wetteloze leven van rebellen belemmerd: ze konden niet meer ongestoord hun gang gaan omdat ze arrestatie riskeerden. Ze besloten daarom geen enkele vredesbesprekingen met President Museveni aan te gaan tenzij de Strafhof-arrestatiebevelen zouden worden ingetrokken. Museveni riep totale amnestie uit voor Kony in ruil voor diens meewerking aan het vredesproces. Het Strafhof weigerde en hield vast aan het idee, dat de arrestatie van de leiders het echte einde van het conflict zou betekenen. Hiermee wilde het ICC buiten de politieke zaak blijven. Al snel volgde kritiek: is het Internationaal Strafhof geen groot struikelblok op de weg naar vrede?
Darfur: van VN-resolutie tot arrestaties
In Darfur woedt een ingewikkeld conflict. De VN Veiligheidsraad vaardigt daartoe Resolutie 1593 (2005) uit waarin de situatie in Darfur een gevaar voor internationale vrede en veiligheid wordt genoemd. Het Strafhof wordt ingeschakeld om de situatie te onderzoeken. Pas na enige tijd wordt een arrestatiebevel uitgevaardigd voor zittend President Omar Al-Bashir, verdacht van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden in Darfur. Sudan is geen partij bij het Statuut van Rome, waardoor het officieel geen partij bij het Strafhof is. Geen van de arrestatiebevelen is tot nog toe uitgevoerd. Maar heeft het wel zin om een zittend staatshoofd – betrokken in vredesonderhandelingen – te vervolgen? Draagt dat bij aan een betere situatie voor de mensen in Darfur of blijven ze zo juist weg van de onderhandelingstafel?
Twee extremen die niet zonder elkaar kunnen
Heinsch schetst de dilemma’s en presenteert dan twee extreme posities die in het debat wel worden ingenomen. De eerste “geen vrede zonder gerechtigheid” gaat ervan uit dat op lange termijn geen vrede mogelijk is zonder dat er gerechtigheid is. Amnestieën en marchanderen met straffen ten behoeve van het vredesproces zijn dus uit den boze. De tegenovergestelde positie is “geen gerechtigheid zonder vrede”. Dan gaat men ervan uit dat het vervolgen niet bijdraagt aan vredesonderhandeling waardoor conflictsituaties langer voortslepen waardoor meer misdaden worden begaan.
Werking van ICC
Waar werd het Strafhof ook al weer voor opgericht? Het Strafhof is precies dat: een hof waar misdadigers kunnen worden vervolgd, in dit geval voor het vervolgen van misdaden die de vrede en veiligheid bedreigen, omdat dergelijke misdaden, die de wereld beroeren, niet ongestraft mogen blijven. Het Strafhof vult nationale gerechtshoven aan, indien geen juridische maatregelen kunnen of willen treffen. Het ICC dient ook een afschrikwekkende werking te hebben, ter voorkoming van dergelijke daden.
Heinsch wijst erop dat een andere organisatie primair belast is met het handhaven van de internationale vrede en veiligheid: de VN (Art. 1 VN Handvest) en meer specifiek de VN Veiligheidsraad (Art 39. VN Handvest).
Er zijn slechts twee clausulen op grond waarvan het Strafhof kan besluiten een onderzoek te staken en dat is wanneer er geen redelijke basis is om op grond van het Statuut door te gaan (art. 53 (1) Statuut van Rome) of wanneer vervolging “is not in the interest of justice” (art. 53 (2) (c) Statuut van Rome). Overwegingen met betrekking tot vrede worden hier uitdrukkelijk niet genoemd als voldoende om een onderzoek te schorsen.
Heinsch is kritisch maar positief over het Strafhof inzake het handhaven van internationale vrede en veiligheid. Het Hof is niet alleen gericht op straffen maar ook op preventie. Misdadigers kunnen er niet langer van uitgaan dat ze vrijuit gaan wanneer ze maar genoeg smeergeld betalen. Ze moeten hun soms exorbitant luxe levensstijl wijzigen om niet gearresteerd te worden. Ook de slachtoffers weten zich gesteund en krijgen zo hoop. Het Haagse hof heeft wereldwijd bekendheid, ook onder slachtoffers. Het geeft abstracte internationaal rechtelijke principes handen en voeten en zorgt voor echte verandering op plaatsen waar het nodig is.
Met dank aan Bruno Braak (SIB-Leiden) voor het verslag.

