| Tijdstip: | Middag |
| Locatie: | Koninklijk Instituut voor de Tropen, Amsterdam |
| Toegang: | Genodigden |
| Informatie: | NCDO organiseerde op 17 april 2007, in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties (NVVN), een werkconferentie in Amsterdam: ‘Eén VN op landenniveau: de millenniumdoelen dichterbij?’. De aan |
Verslag van de werkconferentie
‘Eén VN op landenniveau: de millenniumdoelen dichterbij?’
Door Caroline Veldhuizen & Ruth Hopkins
NCDO organiseerde op 17 april 2007, in samenwerking met het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Nederlandse Vereniging voor de Verenigde Naties (NVVN), een werkconferentie in Amsterdam: ‘Eén VN op landenniveau: de millenniumdoelen dichterbij?’. De aanleiding was het rapport ‘Delivering as One’ dat het High-level Panel on System-wide Coherence in november 2006 was aangeboden aan de toenmalige Secretaris-generaal van de VN, Kofi Annan. Het rapport is een krachtig pleidooi voor hervorming van VN organisaties op het gebied van ontwikkeling, humanitaire hulp en het milieu. Tijdens de werkconferentie stonden de hervormingsvoorstellen op het gebied van ontwikkeling centraal. De belangrijkste aanbeveling uit het rapport is te zorgen voor een betere samenwerking in alle landen. Hiervoor dient op landenniveau ‘Eén VN’ te worden ingevoerd: één programma, één budget, één leider en waar mogelijk één kantoor. Deze aanpak wordt voorlopig getest in acht landen: Albanië, Kaapverdië, Pakistan, Mozambique, Rwanda, Tanzania, Uruguay en Vietnam.
Alide Roerink opende namens de directeur van NCDO de bijeenkomst. Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, sprak het gezelschap vanuit New York toe middels een videoboodschap. Koenders onderschreef de noodzaak van One UN en verwees naar de bijeenkomsten die Nederland organiseert in verscheidene regio’s in de wereld als een uiting daarvan. Hij sprak de hoop uit dat de bijeenkomst frisse ideeën zou opleveren over de rol van Nederland binnen de VN.
Vier inleidingen
Koen Davidse, plv. directeur Mensenrechten en Vredesopbouw, uitgeleend door het ministerie van Buitenlandse Zaken als directeur van het secretariaat van het High-level on System-wide Coherence, sprak over de totstandkoming van het rapport. Hij stelde dat de kernvraag voor het High-level Panel was: voldoet de VN aan de verwachtingen die er zijn? Davidse zette uiteen dat er momentum voor verandering was gecreëerd door de VN top in 2005 en daaraan voorafgaand de conferentie in Monterrey (financing for development) en de verklaring van Parijs (aid effectiveness). Het centrale probleem van de VN op het gebied van ontwikkeling was de fragmentatie van de VN, op landen, - regionaal, - en mondiaal niveau. Het Panel voorzag een VN op basis van four ones: één leider, één budget, één programma, en één kantoor. De Resident Coordinator, een al bestaande functie, moest versterkt worden. Daarnaast wilde het Panel de fragmentatie van geldstromen tegengaan: het aandeel ongeoormerkt geld in de budgetten van de VN organen moet drastisch omhoog. De one country programmes moeten worden gecoördineerd vanuit het hoofdkantoor waar one board de uitvoering zou overzien. Davidse verwees ook naar de plannen op het gebied van de zgn. cross cutting issues – milieu, gender, mensenrechten. Vooral op het gebied van gender zijn er vooruitstrevende voorstellen gedaan. Eén genderentiteit, in plaats van de bestaande drie, alsook de verbeterde positie van het orgaan (het zou direct onder de SG vallen), zou de kracht en effectiviteit van de activiteiten op dit gebied doen toenemen. De follow-up is belangrijk voor de realisatie van Delivering as One, stelde Davidse. De pilotlanden spelen een cruciale rol in dit opzicht. Daarnaast zal er een task force worden samengesteld die zal toezien op de uitvoering van de plannen.
Karel van Kesteren, ambassadeur te Dar er Salaam (Tanzania), maakte duidelijk dat Tanzania, een van de pilotlanden van ‘One UN’, al langere tijd op landenniveau bezig is met het verbeteren van de ontwikkelingsactiviteiten. Tanzania heeft een zogenoemde joint assistance strategy opgesteld, als gevolg van de Verklaring van Parijs. Daarin staat een werkverdeling tussen de verschillende donoren opgenomen. De vaste voorzitter van deze club donoren is de Resident Coordinator van de VN. De ontwikkelingsprojecten die in Tanzania worden uitgevoerd zijn vraaggericht; geënt op nationale praktijken. Er zou dan ook echt een zogenoemd firewall tussen het hoofdkwartier en de pilots moeten zitten, vond van Kesteren. Hij pleitte ervoor veel geld beschikbaar te stellen op lokaal niveau. De gespecialiseerde organisaties kunnen in het One UN project een belangrijke rol spelen. De WHO bijvoorbeeld, moet een leidende rol hebben in de gezondheidszorg. De machtsmiddelen die nodig zijn om One UN te laten slagen, zijn belangrijk. Maar die vraag kan alleen worden beslecht door de donoren zelf. Een sterke Resident Coordinator is daarin onmisbaar. Als laatste waarschuwde van Kesteren voor het gevaar dat er in de uitvoering van One UN twee lagen ontstaan; de bovenste laag is het gezamenlijke One UN programma en daaronder gaan alle oude programma’s gewoon door. Dat zou leiden tot meer in plaats van minder bureaucratie.
Khalid Sheikh, hoofd emerging markets en multilaterale instellingen van ABN AMRO, begon zijn voordracht met de stelling dat de VN niet heeft geluisterd of gekeken naar wat er in de samenleving gebeurt. Natiestaten bestaan al lang niet meer, de samenleving is tegenwoordig opgebouwd uit allerlei lagen, waarvan het bedrijfsleven er één is. Het is essentieel dat de VN luisteren naar wat er gebeurt in de onderste lagen van de samenleving. Er dient een multistakeholder approach te komen. De VN moeten weten dat niet alleen staten donoren zijn, maar bedrijven ook. De ABN is bijvoorbeeld donor geworden van de Wereld Bank. Het bedrijfsleven voelt zich, wat One UN betreft, gepasseerd. De termijnen die beleidsmakers hanteren komen niet overeen met de dynamiek van het bedrijfsleven. We spreken niet dezelfde taal, concludeerde Sheikh. Het gevolg is dat het bedrijfsleven dan zelf op pad gaat. Sustainable development, corporate social responsibility en initiatieven als de Equator Principles zijn ingeburgerde begrippen geworden in het zakenleven. ABN heeft een verhaal dat past binnen de doelstelling de MDGs te halen voor 2015. Er zou meer samengewerkt moeten worden met het bedrijfsleven. Van ons kunnen ze leren hoe elke ODA dollar effectiever en efficiënter besteed kan worden, aldus Sheikh.
Maarten Bijl, Hoofd Voorlichting en PR bij UNICEF Nederland, stelde dat UNICEF werkt volgens drie kernbegrippen: samenwerking, effectiviteit en draagvlak. Samenwerking zit in de genen van UNICEF. Op mondiaal niveau, met andere VN organisaties, maar ook met de private sector. UNICEF werkt samen omdat ze anders geen vuist kunnen maken. De effectiviteit van de totale VN laat te wensen over. Maar het kan ook anders, blijkt uit VN activiteiten in Vietnam. De Vietnamese regering was erg assertief en heeft op een gegeven moment tegen de VN gezegd, dit kan niet langer, wij pikken het niet. Toen hebben zes VN organisaties stappen geïdentificeerd die moesten worden gezet. Er moest een meerjarenplan komen, een financieel raamwerk, één locatie, de administratieve systemen van de organisaties moesten worden gestroomlijnd en de Resident Coordinator moest een belangrijke rol krijgen. Dit proces is momenteel in volle gang. UNICEF voelt zich hierin volstrekt niet beknot, in deze setting kan het namelijk beter invloed uitoefenen op andere organisaties om ook wat te doen aan de situatie van kinderen in het land. De kakofonie van verschillende stemmen is omgezet in een koor.
Wat het laatste punt betreft, het draagvlak voor de activiteiten van UNICEF, daarbij maakt het niet uit of de naam UNICEF blijft bestaan; de enige relevante indicator is de vraag of kinderrechten voldoende aandacht krijgen onder One UN. Eigenlijk zou er een wereld moeten zijn waarin UNICEF overbodig is. UNICEF beschouwt One UN wat dat betreft als een enorme kans.
Na de vier inleidingen, vond er een debat plaats met de aanwezigen, aan de hand van drie stellingen. De belangrijkste punten die naar voren werden gebracht, komen in grote lijnen overeen met de discussiepunten die staan opgenomen onder hoofdstuk 5 en 6 in de quickscan.
Het debat
Stelling 1
In vergelijking met de actiegerichte millenniumdoelen, mist One UN een praktische uitwerking voor de armen.
Stelling 2
Met het voorstel tot meer centrale coördinatie in een land dreigt de VN nog gouvernementeler te worden, waardoor NGOs, bedrijfsleven, vakbonden etc. minder betrokken zullen worden bij de uitvoering.
Het debat over de eerste twee stellingen werd gecombineerd.
Geen van de deelnemers is het echt eens met de eerste stelling. De millenniumdoelen en One UN zijn twee verschillende zaken. One UN is een middel om de doelen te halen. Rade (Buitenlandse Zaken): One UN moet leiden tot grotere efficiëntie. De financiële winst die daarmee gehaald wordt, moet ingezet worden om de millenniumdoelen dichterbij te brengen. Dit is echter niet als harde voorwaarde in het rapport opgenomen, constateert Monasch. Davidse legt uit dat het rapport niet mocht leiden tot meer conditionaliteit. Daarnaast, harde voorwaarden kunnen alleen worden gesteld als er nulmetingen zijn uitgevoerd, waardoor je een eventuele winst kan bepalen. De G77 haakt echter af bij verplichte efficiëntietoename en nulmetingen. En pilotlanden hebben ingestemd om als testcase te dienen, omdat het niet nodig was om concrete resultaten te boeken. Het is dus een politieke keuze geweest van het Panel om deze voorwaarden niet in het rapport op te nemen.
Op de vraag van Monasch wat er anders zou zijn geweest aan het rapport als hij mee had gewerkt aan de totstandkoming antwoordt Sheikh: het rapport zou meer output gericht zijn geformuleerd, met meer meetbare resultaten. Sheikh vraagt zich af waarom er geen impactstudie is gedaan: wat zijn de resultaten tot op heden en wat had het resultaat moeten zijn? Op basis daarvan heb je inzicht in wat er nodig is om alsnog je doel te realiseren en kun je, in samenwerking met alle betrokken actoren, je strategie gaan bepalen. De overheid moet daarin de leiding nemen, de VN zouden daarbij ondersteuning kunnen bieden.
Volgens Van Wezel (FNV) is versterking van de overheid in ontwikkelingslanden nodig. Zij vraagt zich af in hoeverre One UN daar een rol bij zou kunnen spelen. Zou One UN een waakhondfunctie kunnen vervullen met betrekking tot de implementatie van internationale normen op nationaal niveau op het gebied van bijvoorbeeld mensenrechten, kinderrechten, maar ook vakbondsrechten? Volgens Davidse en Van Kesteren zou dat kunnen. Het reikte echter te ver om dit in het rapport op te nemen.
Oude Vrielink (Aquaatis): rurale gebieden, waar een groot deel van de armen wonen, vallen buiten het blikveld van One UN. Van Kesteren: het blijft belangrijk om ervoor te zorgen dat rurale ontwikkeling wordt opgenomen in de landenstrategieën.
Lesha Witmer (Nederlandse Vrouwenraad) had liever gezien dat in de stelling ‘door de armen’ zou staan in plaats van ’voor de armen’. De stelling bevestigt volgens haar het topdown denken. De cruciale vraag in de hele discussie over One UN is: hoe betrek je de civil society erbij. Over het algemeen staan de VN wel open voor betrokkenheid van maatschappelijke actoren. De VN zijn echter ook ‘lidstaten’. Witmer heeft haar twijfels over de bereidwilligheid van landen om maatschappelijke actoren actief te betrekken. Davidse: het
High-level Panel heeft maatschappelijke organisaties actief betrokken bij de opstelling van het rapport. Achterliggende gedachte is dat je in de praktijk samen altijd effectiever bent. Sylvia Borren (Oxfam Novib) uit de zorg van vrouwenorganisaties dat de verdwijning van UNIFEM betekent dat de democratische checks & balances in gevaar komt.
Stelling 3
One UN moet alleen worden uitgevoerd in landen die bereid zijn mee te werken met de Verenigde Naties.
Een aantal aanwezigen is van mening dat One UN zou moeten worden uitgevoerd in alle VN lidstaten. Volgens Eric Hilberink (Buitenlandse Zaken) hebben alle landen inderdaad een verantwoordelijkheid om One UN op te pakken. Dwarsliggers zoals Venezuela en Zimbabwe tonen echter aan dat One UN maatwerk is. Het is daarom een goed idee om te beginnen met landen die bereid zijn om mee te werken.
Afsluiting door Yvonne Donders
Voorzitter van de NVVN Yvonne Donders sloot de werkconferentie af met een aantal concluderende opmerkingen over toekomstige uitdagingen:
- Staan alle VN medewerkers achter het idee van One UN? Zij zijn degenen die efficiënter moeten gaan werken, er zullen banen gaan verdwijnen. Dit zal volgens Donders tot de meeste problemen gaan leiden.
- Financiën: VN organisaties hebben andere budgetperioden en andere financieringsstromen. Dit is niet zomaar te stroomlijnen.
- De verhouding tussen het hoofdkantoor en de veldkantoren zal een spanningsveld opleveren.
- Het gevaar dreigt dat er twee stromingen binnen de VN familie gaan ontstaan: de One UN volgers en de VN instellingen die op de oude manier verder werken.
- Samenwerking leidt onherroepelijk tot verlies van eigen identiteit.
- De meningen verschilden vandaag over de wenselijkheid van samenvoeging en opheffing van VN instellingen onder het One UN raamwerk. Volgens Davidse is dat niet de bedoeling, UNICEF pleit juist voor een One UN waarmee de eigen organisatie overbodig wordt.
- Er is leadership nodig om One UN te laten slagen. Laten we de nieuwe Secretaris-generaal van de VN het voordeel van de twijfel geven. Maar wat wordt de rol van de Resident Coördinator? En wat is de macht van de Task Force?
- Samenwerking van de VN met andere actoren (bedrijven, NGOs, vakbonden, …) is cruciaal. Ieder heeft zijn eigen specialiteit en we kunnen allemaal van elkaar leren. Het bedrijfsleven heeft vandaag al aangegeven graag te willen samenwerken. Vooral van de praktische resultaatgerichtheid kan de VN veel leren.
- In Nederland zijn veel organisaties op de VN gericht, elke organisatie heeft echter een eigen achterban, eigen activiteiten, eigen financiering. Des te positiever is de onderlinge samenwerking tussen NCDO, de NVVN en het ministerie van Buitenlandse Zaken bij de organisatie van deze werkconferentie. de VN als convening partner heeft ook vandaag verschillende partners bij elkaar gebracht.

